2024/6
Dit was een periode waarin mensen dichterbij voelden.
Of dat nu werkelijk zo was of slechts een indruk,
de woorden droegen een warmte
die niet alleen over jezelf sprak,
maar over alles wat ons met anderen verbindt.
Tuin van stilte
in de tuin van stilte
verbergt elke steen een verhaal
de wind streelt zacht langs de huid
zonder vragen te stellen
een oogopslag vol mogelijkheden
die vervagen in de verte
geen antwoord wacht
alleen het moment blijft hangen
de rivier beweegt ongestoord
en tijd buigt mee zonder richting
hier tussen schaduw en licht
dansen we zonder reden
gewoon omdat we zijn
Doolhof
in het doolhof van onze liefde
dwalen we samen
elke stap onzeker
elke blik vol mogelijkheden
we raken verstrikt in woorden
die meer verhullen dan onthullen
een spel van afstand en nabijheid
waar niemand wint
als sterren bewegen we
om elkaar heen
soms dicht genoeg
om warmte te voelen
soms verloren in de ruimte
van onze eigen gedachten
verlangen trekt ons naar elkaar
maar twijfel duwt ons terug in het donker
toch in elke omhelzing
vinden we een rustpunt
een moment van stilte
te midden van de storm
het is niet de zekerheid
die ons bindt
maar de wil
om steeds opnieuw te beginnen
te blijven dansen in het
onzekere ritme van ons samenzijn
Ongewisse
in de nevel van het ongewisse
waar schaduwen dansen ijl en stil
vervagen grenzen
verdwijnen waarheden
en roept de tijd met een zachte gil
elke stap een reis
gehuld in sluiers
waar maan en zon
hun eeuwige kring beschrijven
verloren gevonden in fluisterend verlangen
waar sterren over ons zwijgend blijven
in de duisternis gloeit een vreemd vuur
het nodigt uit
het daagt ons uit te zien
waar ambiguïteit het hart doorgrondt
en waarheid sluimert in wat wij ontzien
een reis die ons de kern onthult
waar liefde en angst in elkaar vervloeien
een licht dat flikkert in de mist
dat ons naar ons diepste wezen voert
om daar te groeien
want in de schaduwen van het bestaan
drijven wij
schimmen in de nacht
op zoek naar betekenis
naar heelheid
door het spel
van licht en duisternis gebracht
Deken van de nacht
onder het deken van de nacht
waar sterren zwijgend samenkomen
danst het licht, zacht en bedacht
in een wereld vol van dromen
de maan met zilveren gloed
streelt het land dat rustig slaapt
de wind die door de takken zwerft
fluistert zacht van verre kusten
gedachten breken elke grens
zweven vrij als sterrenstralen
dromen vinden hier hun wens
en reizen door de nachtverhalen
diep in ’t hart van nacht, zo stil
brandt hoop, een vlam die blijft bestaan
de belofte van een nieuwe dag
die zachtjes aan de horizon ontwaakt
Onder de sterrenhemel
onder de sterrenhemel
fluisterde de nacht haar geheimen zacht
in haar glimlach vond ik licht
maar schaduwen van het lot
speelden in het duister
was dit de dans van voorbestemming
of enkel een vluchtige aanraking van toeval
haar aanwezigheid een echo van ooit
liet mijn hart kloppen
op het ritme van onzekerheid
in stilte omhelsde ik het mysterie
verlangend naar een teken
in de schaduw van de nacht
want soms is het in het niet-weten
dat de ware magie schuilt
Zie
zie de lucht, oneindig en open
vogels draaien in cirkels
golven rollen langs de rand van het land
een patroon dat nooit stopt
de zon zakt weg, haast ongemerkt
schaduwen strekken zich uit over het gras
de sterren verschijnen, kalm en vertrouwd
de nacht spreidt zich uit als een deken
bomen staan stil, stevig geworteld
paden kronkelen door bossen en velden
je adem volgt het ritme van het moment
de wind draagt verhalen van verre oorden
zie, volg, voel de beweging van de wereld
het onbekende ligt voor je
en de weg ontrolt zich
als je kiest om te gaan
Stilte van de nacht
in de stilte van de nacht
waar de maan de wereld verzacht
dansen gedachten, stil en licht
als vlinders in het schemerlicht
geheimen fluisteren door de bomen
sterren die als diamanten komen
de tijd vertraagt, de ziel komt tot rust
in de harmonie van het kosmisch bewust
in de verte klinkt een oud lied
van zielen die vonden en zochten in verdriet
maar zelfs in de diepste schaduw schijnt een sprank
hoop als een vuurtoren, helder en blank
hier vervaagt de grens van droom en realiteit
herinneringen geboren uit vergane tijd
de reiziger zoekt in mysterie zijn baan
en de vonk van het leven blijft altijd bestaan
elke zonsopgang een nieuw begin
de cyclus van het leven met hoop erin
zo weeft de tijd haar eeuwige baan
waar alles eindigt en weer voort zal gaan
Zon
de zon breekt door de nevel
licht danst op dauw en bladeren
een vogel zingt en zijn lied zweeft
weeft stilte tot een zachte symfonie
de oude man leest onder de bomen
zijn ogen vol verhalen en herinneringen
de bladzijden ritselen als herfstbladeren
woorden vloeien in de koelte van de ochtend
de dag vervaagt, de schemering valt
hij staat op en verdwijnt langzaam
zijn verhalen blijven hangen in de lucht
als een fluistering die nog lang echoot
Als kind
als kind begon ik te luisteren
klanken en stemmen om me heen
langzaam vond ik mijn eigen geluid
mijn eerste woorden vormden zich
mijn ouders spraken, ik herhaalde
de wereld kreeg namen en betekenis
een bal, een knuffel
alles kreeg een eigen klank
langzaam groeide ik in taal
van losse woorden naar zinnen
mijn nieuwsgierigheid werd gevoed
mijn vragen werden verhalen
in hun geduld en hun stemmen
vond ik mijn weg naar de taal
De eerste stap
de eerste stap
wankel en onvast
op zoek naar balans
een nieuw begin
ogen gericht
op de weg vooruit
handen los
van vertrouwde steun
elke val
een les in moed
elke poging
een sprong naar vrijheid
de wereld opent zich
wiel na wiel
een kind leert vliegen
zonder vleugels
Stille nacht
in de stille nacht
onder het bleke licht van de maan
wandel ik door lege straten
waar de herinneringen zwijgend wachten
elke stap brengt me dieper
in de schaduw van het verleden
waar het verhaal van de stad
zich in stilte ontvouwt
de wind fluistert zacht
door de verlaten bomen
het water van de rivier glinstert
en de sterren weerspiegelen
een dans van licht en hoop
ik voel de tijd vervagen
alsof ik even deel uitmaak
van iets dat oneindig is
de nacht omhelst me
als een oude vriend
die ik pas weer ontmoet
in haar duisternis vind ik rust
een moment van stilte
waarin mijn gedachten
vrij kunnen drijven
weg van het bekende
naar nieuwe horizonnen
die wachten om ontdekt te worden
In het hart
in het hart van samen zijn, daar groeit de kracht,
waar handen ineenvlechten, wordt groots werk volbracht.
met stemmen die samenvallen in een harmonisch lied,
bouwen wij aan dromen, met uniek verschiet.
samen stappen zetten, op een pad dat wij verkennen,
elkaar steeds ondersteunen, elkaars talenten erkennen.
wanneer de ene struikelt, is de ander daar,
met moed en zachte woorden, vormen wij een team.
in de kern van samenwerking, bloeit creatief gesteente,
een brein met vele lagen, die elke grens ontzenuwt.
ideeën vloeien samen, als rivieren naar de zee,
het geheel wordt sterker, meer dan ieder op zijn alleen.
met respect en open ogen, zien wij wat ieder bijdraagt,
van inspanning en inzet, wordt ons succes gemaakt.
elk detail zorgvuldig, met precisie en met zorg,
bouwen wij samen een toekomst aan een stevig fundament voor morgen.
zo werken wij in team, als een eenheid vol geloof,
in de kracht van samenspel, elke keer weer opnieuw.
met vriendschap als de lijm, en vertrouwen als een huis,
werken wij samen verder, van zonsopgang tot aan de nacht.
Binnen in
binnen in mij beweegt een stille stroom
het oppervlak kalm
daaronder diepe stromingen
verweven herinneringen zweven als mist
beelden van wat was en wat had kunnen zijn
daar liggen onuitgesproken woorden
die als stenen op de bodem rusten
zwaar maar stil
verborgen in het donker
verlangend naar licht, naar stem, naar leven
er brandt een zacht vuur
nauwelijks zichtbaar
een vonk die langzaam door mijn aderen reist
warmte die niet naar buiten dringt
maar binnenin een stille kracht geeft
een tuin groeit daar
met bloemen die nooit bloeien
wortels die zich vastklampen aan oude gronden
en geuren van verlangens die zich niet laten vangen
zwevend in de lucht die ik alleen kan voelen
binnen in mij heerst een universum
uitgestrekt en eindeloos
waar stilte de enige stem is
en ik de enige luisteraar ben
Kijken
kijken voelt als grijs
de wereld hangt in mist
waar kleuren wegebben
en stil verdwijnen
elke blik verliest scherpte
als regen op glas
schaduwen bewegen
maar blijven ver weg
de lucht een deken
van as en koude nevel
licht zinkt weg
in eindeloze schemer
ik zoek naar een sprankel
een glimp van leven
maar grijs houdt vast
als een wolk van stilte
toch wacht ik op de zon
die dit doek zal scheuren
en mijn ogen zal vangen
met kleuren vol licht
Onderweg
onderweg van geboorte tot de dood
een pad vol kronkels, herinneringen groot
de eerste adem, een bloem ontwaakt
een ziel die zoekt, door wonderen geraakt
kinderjaren vol magie en spel
de wereld groot, mogelijkheden fel
de tijd een zachte bries van lente
elk moment, een juweel dat schittert in elk oog dat wende
adolescentie met zijn hobbels en bochten
zoektocht naar zelf, in dromen verzuchten
het hart bonst, vol verlangen en pijn
liefde komt en gaat, als vuur dat verteert en dan verdwijnt
volwassenheid breekt aan met kracht
door steden en dorpen, dag en nacht
successen en tegenslagen wisselen elkaar af
vriendschappen gesmeed, liefde als een zachte staf
ouderdom brengt rust en wijsheid mee
herinneringen, verhalen zacht als de zee
ogen vol diepte, door jaren gevormd
de reis vertraagt, de horizon vervormd
en dan, in de nacht die langzaam valt
komt het einde, het onbekende, koud en kil
een laatste akkoord, een hoofdstuk sluit
de ziel gaat, een nieuw begin, een ander geluid
van geboorte tot dood, een pad vol gloed
gelachen, gehuild, gebouwd met moed
elke ziel een golf in de oceaan
een verhaal dat eeuwig blijft bestaan
Ochtendzon
de ochtendzon breekt door de nevel
gouden stralen dansen op dauwdruppels
fonkelende juwelen rustend op bladeren
de wereld ontwaakt met een zachte zucht
de belofte van een nieuwe dag ontluikt
dit is het begin van mijn reis
een reis naar geluk, een pad van dromen
verlangens geplaveid, slingerend en kronkelend
een weg die zich voor mij uitstrekt
op zoek naar vreugde, naar tevredenheid
onderweg ontmoet ik de stilte van het woud
een koele omhelzing, fluisteringen in de bries
vogels zingen hun tijdloze liederen
melodieën gevuld met hoop en vreugde
mijn zorgen als bladeren in de wind vervlogen
de rivier naast het pad murmelt zacht
weerspiegelt de hemel, draagt verhalen mee
ik buig me voorover, laat vingers glijden
door koel, stromend water, een aanraking
een herinnering aan eenvoud en zuiverheid
ik glimlach, geluk in kleinste details gevonden
de zon klimt hoger, velden vol wilde bloemen
kleurenpracht, symfonie voor de ogen
vlinders dansen, vrijheid in hun vlucht
ik adem diep, zoete geur van bloesems
de avond nadert, lucht in vurige tinten
oranje en paars, de dag neemt afscheid
kampvuur warmte, sterren als stipjes hoop
knisperend hout, lied van rust en tevredenheid
de reis zelf is het doel, elke stap een schat
geluk ligt niet aan het einde van de weg
maar in elk moment, elke ademhaling
vogelzang in de ochtend, glimlach van een vreemdeling
warmte van het vuur, koelte van de rivier
het besef dat ik leef, voel, deel van deze wereld
en zo wandel ik verder, onderweg naar geluk
de weg mijn metgezel, dankbaarheid in mijn hart
ziel verlicht door schoonheid van het moment
elke stap, elke glimlach een deel van mijn mozaïek
ik wandel verder, geluk in elke ademtocht
Mijn fiets
mijn fiets, mijn trouwe metgezel
meer dan enkel een middel van vervoer
een symbool van vrijheid en avontuur
een brug naar de horizon, voorbij elk spoor
elke trap, elke hand aan het stuur
opnieuw begint een reis, een nieuw begin
naar de wereld, naar mezelf
elke tocht brengt me dieper erin
de ochtendzon schildert goud op asfalt
stille straten, de stad in slaap
het zachte zoemen van de banden
een melodie die zorgen van me afkaapt
door weelderige bossen, groene pracht
vogels zingen hun vrolijke lied
kronkelende wegen, landschap als kunst
elke bocht een nieuwe blik, een nieuw gebied
ver weg van drukte, het ritme van mijn hart
valt samen met dat van de natuur
een dialoog in stilte, mens en aarde
een harmonie, een levensduur
bij regen is mijn fiets mijn schuilplaats
samen trotseren we elke storm
druppels zuiveren geest en zinnen
elke spat modder een overwinning, een norm
in avondschemering, roze en oranje
fietst mijn vriend me huiswaarts zacht
lichten twinkelen als sterren, geruis verdwijnt
wij zijn één met de weg, de tijd, de nacht
en als de stilte van de nacht komt
weten we, klaar voor de volgende reis
nieuwe paden, nieuwe verhalen
mijn fiets, mijn vriend, mijn poort naar wijs
De stad
de stad glijdt in het duister
een wereld ontwaakt die overdag verborgen blijft
hier heerst de fluistering van stemmen
een stilte die vibreert van onuitgesproken woorden
lichten breken door de nevel
het zachte schijnsel van neon dat een pad baant
voor zwervende figuren die zich in de schaduw hullen
vreemden die elkaar passeren zonder na te laten
het nachtleven is een dans van gezichten zonder namen
een stroom van bewegingen, een stroom zonder bestemming
alles gaat voorbij, alsof het niets is
maar in het moment voelt het als alles, alles tegelijk
wanneer de eerste zon de horizon raakt
valt de nacht terug in zijn geheimen
wat resteert, zijn de stille sporen
van een leven dat alleen bestaat in de schaduw van de tijd
Voed
voed wat groeit, geef de ruimte
zonder haast, zonder verwachting
laat het wortelen in stilte
in de schaduw en het licht
zie hoe het zichzelf ontvouwt
niet geduwd, niet getrokken
maar geleid door een innerlijke drang
om te bestaan, om te zijn
elke cel, elke spriet
vindt zijn plaats in het grote geheel
als een fluistering van leven
een zachte echo van de aarde
voed wat groeit, en wees getuige
zonder te eisen, zonder te vragen
want alles vindt zijn eigen weg
als het de kans krijgt om te ademen
laat los, en kijk hoe het zich vormt
een spiegel van het ritme van de wereld
in dat groeien schuilt een geheim
dat enkel wordt onthuld aan wie geduldig is
Als
als iedereen wint
is er geen grens tussen ons
alle stemmen klinken samen
als een stille stroom die de rivier vult
het water beweegt, maar blijft in balans
een wereld zonder eindstreep
waar niemand de eerste is
en niemand de laatste
elk pad leidt naar hetzelfde veld
waar we samen staan
in een cirkel van licht
hier is vreugde niet alleen
maar gedeeld
als de lucht die we inademen
zo groot dat ze ons omhult
zo licht dat we er doorheen bewegen
onzichtbaar en overal
als iedereen wint
vallen maskers weg
en herkennen we elkaar
in het ogenblik van stilte
waarin we beseffen
dat dit altijd al genoeg was
Wat is
wat is het fijn dat jij er bent
met ogen die de weg verkennen
de rots die zwijgend aanwezig is
een anker voor momenten van stilte
jij houdt de sleutel van vertrouwen
een plek waar muren niet bestaan
altijd nabij zonder te vragen
als een buur die hoort en begrijpt
jouw aanwezigheid vult de ruimte
met warmte die stilletjes spreekt
het is goed gewoon te weten
dat jij er bent precies zoals je bent
Regels
hij gaf weinig om regels
liet zich meenemen door de snelheid
in een moment zonder terughoudendheid
onbezwaard over wat zou volgen
de boete belandde bij de ander
niet door zijn eigen hand
maar door iemand die hij als vriend beschouwde
die de last verschuift naar een ander
de ander keek naar het papier
de ogen vragend, stil maar veelzeggend
een ruimte gevuld met wat niet gezegd wordt
tussen hen in, zwaar van betekenis
hij ging verder
los van de gevolgen die hij achterliet
terwijl de ander bleef staan
met de last die hij zelf nooit zou dragen
Papier
hij dacht papier is niets waard
en liet het glippen uit zijn hand
woorden vielen stil en zacht
verstoven over straat en land
verfrommeld,
als gedachten zonder doel
gooide hij ze zonder spijt weg
liet ze koel vallen in de wind
de wereld slokte alles op
de kar kwam ratelend voorbij
geen spoor bleef achter geen verhaal
verloren in de dag van hem, van mij
hij keek toe hoe alles vervaagde
hoe de lege straat stil achterbleef
geen letters geen geluid
alleen een schaduw die snel verdreef
daar stond hij tussen wat eens was
tussen lege plekken zonder rust
alle dromen zomaar weggewaaid
in een wereld die alles verbergt en sust
Leest
hij leest de krant en zucht diep
neemt de tijd om het nieuws te verwerken
kijkt op naar de man tegenover hem
en vraagt zich af waarom hij er meer dan tien heeft
de man haalt zijn schouders op
zijn ogen vol verhalen die hij niet vertelt
hij zegt niets en laat het stil,
alsof het antwoord in de lucht hangt
en de ander blijft met vragen
nadenkend over wat hij niet begrijpt
ze zitten daar in stilte
beiden met hun eigen gedachten
Regen
toen kwam er regen
en dat was niet voorspeld
ik belde de man
vroeg hem hoe het anders liep
hij antwoordde met een stilte
vertelde over wolken die dwalen
dat de lucht soms zelf beslist
en niet alles laat zien
ik legde neer
staarde naar buiten
de regen kwam
zonder waarschuwing
een onverwacht bezoek
zoals het leven soms doet
Plots
plots lag het in zijn bus
een boete uit een ander leven
een herinnering aan toen
hij leest de regels
een zakelijk bericht
onverschillig voor tijd
of verandering
waarom nu vraagt hij zich af
terwijl de stilte om hem heen niets terugzegt
regels volgen hun pad
ongeacht wat achter hem ligt
hij legt het papier neer
begrijpt dat er geen ontkomen aan is
sommige keuzes halen je in
en hij weet dit systeem faalt nooit
Je was
je was vroeger zoals hij
en wist: een brief is nooit ver
hij reist door tijd en handen
en vindt zijn weg terug naar huis
want dat was wat wij deden
woorden vouwen tot geheimen
die door de lucht werden gedragen
en zacht landen in de nacht
we spraken zonder spreken
elk woord een kleine belofte
een kaart, een naam, een afzender
om nooit vergeten te worden
in het stille wit van papier
nu zijn brieven zeldzaam
maar die herinnering blijft dichtbij
dat elke boodschap ooit aankomt
want dat was wat wij geloofden
toen, zoals jij, zoals hij
Overstuur
hij was overstuur
trok zijn schoenen aan
vergeten waarom hij ging
zijn benen zwaar, vol onrust
de straat onder zijn voeten
voelde vreemd, ver weg
het asfalt koud en onwennig
maar toch zette hij door
geen stem, geen geluid
zachte regen viel
zijn gedachten dreven uiteen
zoals wolken die breken
in het eerste ochtendlicht
ergens verderop
een weg die wacht, een begin dat roept
hij liep door
met loodzware benen
door stille straten
waar herinneringen fluisterden
tot hij stilhield
en in de leegte een glimp van adem vond
Hij zag
hij zag toen een man
met een sjerp om zijn middel
zijn blik serieus, maar mild
alsof hij begreep: dit is van voorbijgaande aard
een rol die glanst en verdwijnt
een moment gevangen in tijd
dat straks uit zijn handen zal glippen
de man liep statig voorbij
in tred die krachtig en zacht was
een glimp van zijn status
maar in stilte besefte hij
niets is voor altijd
geen titel beklijft
de tijd smelt als sneeuw
onder de zon die opkomt
hij dacht aan het lot
aan dromen die hij had
aan de weg die hij volgde
waar het leven hem bracht
elk moment, een adem
een fluisterend lied
dat zingt van vergankelijkheid
en van hoe alles vervliegt
de man keek even om
naar het pad dat hij kende
wetend dat niets blijft
dat alles verschuift
maar nu in dit ogenblik
droeg hij de sjerp
met waardigheid en rust
al wist hij het duurt niet voor altijd
Zon
de zon trekt zich terug
duister neemt het over
gouden licht vermengt met schaduwen
betoverende kleuren vullen de kamer
de inrichting lijkt verschoven
het oude vervangen door strakke lijnen
waar eens vertrouwde stoelen kraakten
staat nu een slank bureau met zachte muziek
veranderingen roepen herinneringen op
de geur van koffie en bloemen blijft
muren lijken nieuwe verhalen te fluisteren
terwijl je door de ruimte dwaalt
de vloer kraakt nog onder je voeten
doordrenkt met verhalen en tijd
Je omarmt de transformatie
laat je meevoeren
wetend dat elk nieuw begin kansen biedt
Perfect
je hoeft niet perfect te zijn
je mag loslaten, zonder doel of richting
vrij om te groeien, zoals je bent
zonder te passen in een vast patroon
je mag je tijd nemen
stilstaan bij wat je raakt
zonder haast, zonder druk
gewoon in het moment bestaan
je hoeft niet te voldoen aan verwachtingen
je mag jouw eigen verhaal schrijven
met woorden die alleen jij kent
met stiltes die alleen jij begrijpt
het leven vraagt geen gladde oppervlakte
maar de kracht om te durven zijn
onvolmaakt, echt, en vol leven
precies zoals je bent
Blik
in elke blik een horizon
werelden die zich openen in stilte
onzichtbare grenzen vervagen
het oog reikt, zoekt, vindt
een landschap ontvouwt zich
de kleuren verschuiven traag
licht en schaduw verweven
waar lucht de aarde omhelst
wat jij ziet, draagt een eigen waarheid
onbekend voor wie naast je staat
iedere blik een andere reis
beelden gevangen, gedachten vrij
omarm de ruimte van elk uitzicht
want in die uitgestrekte diepte
rust een unieke, stille taal
door ogen gevoeld, maar nooit gehoord
Ontsluit
alsof alles mij ontsluit
de nacht trekt zich terug
mijn ogen wennen aan het licht
in de stilte lost het gewicht op
de wereld ontvouwt zich
geheimen ontwaken zachtjes
de adem van de ochtend
verspreidt zich als nevel in de lucht
alsof alles mij ontsluit
de bomen spreken hun taal
elke dauwdruppel glinstert
een verhaal zonder haast
mijn hart voelt het gras
de wind streelt mijn huid
wat verloren leek
ontvouwt zich in dit moment
alsof alles mij ontsluit
tijd verliest haar grenzen
ik maak deel uit van het geheel
versmolten met alles wat is
in de stilte van de dag
sta ik open, bloot
alsof alles zachtjes opent
en ik in het geheel besta
Bomen
de bomen staan stil
hun takken leeg tegen de hemel
bladeren dwarrelen langzaam naar beneden
zoals gedachten die niet blijven hangen
de lucht ademt koel
vol herinneringen aan zomerwarmte
de wereld wacht
alsof elk geluid op pauze staat
een vogel vliegt voorbij
breekt de stilte met een vleugelslag
de grond voelt vochtig
klaar voor de rust die komen zal
en ik
ik wandel tussen wat was en wat zal zijn
de herfst draagt me mee
zonder haast, zonder bestemming
Stel
stel dat vandaag de zon niet opkwam
maar de lucht toch zachtjes licht bleef
alsof de wereld even stil stond
en niets ons haastig voortdreef
stel dat vandaag de wind niet waaide
maar de bomen toch zacht ritselden
fluisterend van dingen die we vergeten
van dromen die we slechts ooit wisten
stel dat vandaag de tijd niet tikte
maar we ons niet haastten, niet vergisten
gewoon in het moment bleven hangen
zonder toekomst, zonder gisteren
stel dat vandaag alles precies goed was
niet meer, niet minder dan het moest zijn
een dag die alleen zichzelf omvatte
geheel in balans, helder en fijn
wat als vandaag dat ene moment was
dat we alles loslieten en echt begrepen
dat de wereld niet verder hoeft te draaien
om in haar schoonheid te blijven leven
Momenten
in het dragen van momenten
vult de stilte de ruimte
tussen herinneringen die ademen
en de tijd die beweegt zonder haast
ik loop door beelden
die even stilstaan
het zachte licht van een verloren uur
glijdt langs mijn huid
soms zijn het woorden
soms alleen een aanraking van de lucht
als de dagen zich ontvouwen
en ik mij laat drijven
door wat niet terugkeert
maar altijd blijft
Liefde
wat als liefde een ochtenddauw was
die glinstert op het gras
een moment van puur bestaan
voor het vervaagt in wat ooit was
wat als liefde een lied zou zijn
gezongen zonder woorden
een melodie die door je stroomt
maar nooit gevangen wordt in akkoorden
wat als liefde de regen was
die valt zonder reden of doel
niet om te troosten of te tarten
maar gewoon, omdat het moest voelen
wat als liefde niet begrepen hoeft
geen theorie of groot verhaal
maar slechts het simpel samen zijn
in stilte, zonder teken of signaal
wat als liefde, zo vluchtig en vrij
ons leert om te verliezen
om te dansen op de rand van niets
en toch opnieuw te kiezen
Waarom
waarom bloeit een bloem
ook zonder ogen die kijken
hoe weet de zee wanneer ze moet breken
wat fluistert de wind
als niemand hem hoort
en waarom blijft de zon altijd ontwaken
hoeveel geheimen draagt de nacht in zijn mantel
waarom vervagen dromen bij het ochtendlicht
waar gaan verloren woorden heen
en wie schildert de kleuren van de lucht
na elke zonsopgang weer nieuw
wanneer leert de stilte ons eindelijk spreken
hoe weet een vogel de weg naar huis
wat zoekt het hart
zelfs als het stil is
en waarom stopt de tijd
maar tikt de klok vooruit
steeds maar vragen
die geen antwoorden geven
of is het juist de stilte
waarin wij leven
Wanneer
wanneer regen naar beneden valt
verliest de wereld zijn scherpe rand
geluiden worden zacht
alsof alles onder een deken van water sluimert
druppels raken de grond
zonder reden, zonder haast
tussen de bomen fluistert de wind
alsof hij een vergeten geheim draagt
mensen bewegen onder grijze luchten
maar hun stappen lijken verder weg
afgesneden van wat zich boven hen afspeelt
de regen volgt zijn eigen pad
een gesprek tussen hemel en aarde
onopgemerkt maar onvermijdelijk
wanneer regen naar beneden valt
wordt de tijd vloeibaar
en in dat moment van stilte
lijkt alles mogelijk
alsof de wereld wacht
op iets wat nog moet komen
Wereld
zou de wereld veranderen
als we stilte vonden in de drukte
als we keken naar elkaar
zonder oordeel
en zagen wie we werkelijk zijn
zou de wereld rust vinden
als we de angst loslaten die ons bindt
als we ademhalen zonder haast
en de tijd de ruimte geven die ze verdient
zou de wereld helderder worden
als we luisteren naar de wind
en begrijpen wat hij ons wil zeggen
zonder dat we de controle vasthouden
zou de wereld opnieuw geboren worden
als we de schoonheid zien in het eenvoudige
en leren leven met open handen
in plaats van met gesloten vuisten
Grens
voel je soms de grens
onzichtbaar maar aanwezig
een drempel die je voelt
zonder hem aan te raken
het is geen muur
maar een zachte nevel
die zich om je heen slaat
en je laat twijfelen
aan wat je wist
aan waar je heen gaat
er is geen richting
geen kaart die je leidt
alleen het stille besef
dat je verder moet
maar eerst hier moet blijven
om te voelen wat dat betekent
de grens is geen einde
maar een plek om stil te staan
om te ademen
voordat je weer beweegt
Rond mij
rond mij draait de wereld langzaam rond
de lucht doordrenkt van herfstige geur
bomen buigen, fluisteren zacht
hun bladeren dwarrelen neer als vuur
de straat ademt leven in ruisend geluid
voetstappen weergalmen in de verte
een vogel zingt zijn ochtendlied
als echo van een verloren gedachte
fietsen zoeven voorbij, haastig en snel
het ritme van de dag tikt door
en in dit alledaagse stille spel
voel ik de tijd onzichtbaar in z’n spoor
ik sta stil en alles beweegt
elk moment een golf in de stroom
de wereld leeft, ze is dichtbij
en ik, ik ben een druppel in de droom
Zon
de zon klimt zacht op in stilte
een nieuwe dag, een helder licht
de wereld ontwaakt uit diepe nacht
en opent ogen voor het zicht
de tijd beweegt als vloeiend water
een stroom die nooit zijn pad verliest
de uren rijgen zich aan moed
zoals de zee het land bemint
maar in het hart daar tikt de tijd
niet in seconden of minuten
het volgt de stroom van zekerheid
de ritmes die ons raken moeten
en zo dansen wij door dagen heen
met elke stap een nieuw begin
de zon gaat onder en komt weer op
en wij bewegen in haar zin.
Lippen
lippen die rusten in een wereld van stilte
waar geen woorden nodig zijn om te begrijpen
hun zachte lijnen vormen geen beloftes
ze vragen niets, ze geven niets terug
ze bestaan simpelweg
als een fluistering in de leegte
een ademhaling die de lucht beroert
zonder het ritme te verstoren
schoonheid woont niet in hun beweging
maar in hun stilstand
in het moment tussen twee gedachten
waar tijd even oplost in het nu
lippen spreken een taal zonder geluid
ze drukken uit wat woorden nooit kunnen vangen
hun aanwezigheid is genoeg
een stille echo van wat ooit werd gezegd
of misschien nooit gezegd zal worden
elke aanraking van lucht voelt als een belofte
die nooit hoeft te worden ingelost
hun kracht ligt niet in wat ze kunnen zeggen
maar in hun vermogen om stil te blijven
om schoonheid te vinden in het niet-weten
in de openheid van wat nog komen kan
lippen naar schoonheid gevormd
niet door verfijning of kunst
maar door de eenvoud van hun zijn
door het leven dat ze zachtjes dragen
in elk moment van zwijgende aanwezigheid
als een bloem die zich opent
alleen voor de zon die nooit vraagt om meer
Adem
adem gras van zonlicht in
waar de aarde fluistert zacht en stil
gouden stralen dansen traag
over groene zeeën, een eeuwig vraag
de wind wiegt zacht als adem vrij
blaast dromen in het veld nabij
bladeren fluisteren een oud verhaal
in de schaduw van de avondstralen
elke spriet, een sprankje hoop
verstrengeld in een gouden loop
zonlicht kietelt de dag van goud
het gras ademt, de aarde houdt
in dit veld, zo eindeloos wijd
vindt de ziel haar rust, haar tijd
zon en gras in licht verweven
fluisteren zacht de taal van leven
In het donker
in het donker van het licht
bewegen vormen zonder naam
grenzen vervagen
en de stilte spreekt op zijn eigen manier
het licht raakt de randen van alles
zonder ooit echt te vangen
wat daar tussenin zweeft
wat altijd ontsnapt
tussen licht en donker
waar geen onderscheid meer bestaat
verliest tijd zijn grip
en ruimte zijn betekenis
daar waar niets vastligt
vinden wij een plek
waar woorden tekortschieten
en alleen de stilte blijft
Teken
een teken beweegt door de lucht
onzichtbaar maar aanwezig
het raakt de aarde, het water
en de mensen die het niet zien
het is niet groot of luid
maar stil en klein
en toch voelbaar in alles wat is
het beweegt zonder haast
zonder doel
maar het vindt ons
op momenten wanneer we het nodig hebben
geen woorden
geen uitleg
gewoon een richting
een fluistering dat we deel zijn
van iets dat verder gaat
dan wij alleen
Betekenis
laat een betekenis zich verspreiden
zonder richting of doel
zoals water dat zakt in de aarde
op zoek naar wat het voedt
een hand die zich opent
niet om te geven
maar om te laten zijn
er is geen verwachting
geen antwoord dat wacht
in de stilte van het ogenblik
het is als een adem
die komt en gaat
achterlaat wat nodig is
zonder het te vragen
en betekenis beweegt zich
door ruimte en tijd
raak je aan
zonder dat je het merkt
Vasthouden
laat mij vasthouden
zoals de ochtend de dag omarmt
zacht en zonder haast
als licht dat langzaam naar binnen stroomt
laat mij vasthouden
zonder woorden, zonder geluid
alleen de stilte tussen ons
de adem die samenvalt en weer vertakt
laat mij vasthouden
niet om vast te klampen
maar om ruimte te maken
voor wat nog niet gezegd kan worden
laat mij blijven
met handen die niet eisen
met ogen die enkel zien
hoe jij bent, zoals je bent
Stromen
laat alles stromen zoals de rivier
stil en onverstoorbaar
langs oevers vol mos en riet
zonder haast, zonder doel
laat gedachten zich verspreiden
als wolken die langzaam verwaaien
boven stille velden
zonder houvast, zonder verwachting
laat los, zoals de wind die bladeren beroert
zacht, vluchtig, een aanraking zonder spoor
en dan verder trekt
ongehinderd, onbekommerd
laat alles stromen
vrij, in beweging
een stroom zonder begin of einde
zoals het leven zich ontvouw
in zijn eigen ritme
zonder bestemming, zonder grens
Drijven
drijven zonder smelten
zwevend op een zacht tapijt van blauw
een wonder van balans, stil en helder
als een gedachte die blijft bestaan
los van tijd, los van verval
de zon klimt hoog, haar warmte
speelt met schaduwen op het water
maar niets verandert, niets vervaagt
een stille kracht die zich niet laat breken
een bestaan dat zich niet laat vangen
geen hitte die het doet verdwijnen
geen golf die het meesleurt naar diepte
het blijft, boven het water
licht als adem, vast en toch vrij
het zweeft tussen licht en leegte
verwijderd van wetten, van grenzen
in een eeuwig moment
in die stilte ontvouwt zich een geheim
het fluisterende evenwicht van bestaan
waar warmte geen macht heeft
en tijd geen schaduw werpt
drijven zonder smelten
als een adem die zich niet laat vangen
als een droom die niet vervliegt
een vrijheid die blijft
onaantastbaar en stil
Nergens
nergens naartoe, altijd verder
het water dat zich uitstrekt
een ademhaling in beweging
geboren uit de onrust van haar essentie
een dans die nooit zal eindigen
in haar diepte droomt zij stil
droomt zij van kalmte, van rust
maar haar hart klopt als een echo
als een golf die breekt en zich hervindt
een ritme dat geen einde kent
zoals sterren aan de nachtelijke hemel
altijd aanwezig, altijd op zoek
zacht fluistert de zee in de verte
een fluisteren dat naar stilte verlangt
maar de wind tilt haar weer op
voert haar mee over eindeloze diepten
waar de golven zwijgen en zingen
een lied zonder begin, zonder slot
tot waar de horizon vervaagt
waar water en lucht ineen smelten
strekken de golven zich uit
als armen die niets kunnen omvatten
als dromen die nooit werkelijk worden
een antwoord dat zich nooit ontvouwt
zal de zee ooit bedaren
of is haar eeuwige onrust
haar ziel, haar adem, haar hart
dat tikt, breekt, zingt
zonder einde, zonder rust
Uit eigen hand
uit eigen hand ontstaat een verzameling
woorden die langzaam betekenis vinden
als de eerste sprongen van een kind
dat leert lopen op onbekende grond
elke zin een klein landschap
een poging om te vangen wat ontglipt
vervlogen gedachten, herinneringen die
zich niet altijd laten benoemen
het papier ademt en draagt
alles wat ik niet hardop kan zeggen
stukjes van mezelf die ik herken
maar pas begrijp als ze geschreven zijn
een boek groeit, ongepland
elke pagina een spiegel van een moment
dat ik anders had verloren
uit eigen werk groeit iets wat blijft
Simpel
simpel is de ochtend
als het licht langs de muren glijdt
zich een weg baant zonder haast
de kamers vult met kalmte
simpel is het geluid van regen
zachte slagen op het dak
een ritme dat al eeuwen bestaat
dat komt en gaat zonder reden
simpel is de ademhaling van de dag
in- en uitgolven van de tijd
een stille aanwezigheid die ons draagt
die niets verlangt, niets eist
simpel is een hand in de jouwe
zonder woorden, zonder vragen
de onuitgesproken verbondenheid
die zomaar, zonder reden, goed voelt
simpel is dit alles
en toch, in de eenvoud schuilt alles
iets groots, onbenoemd maar aanwezig
dat ons blijft voeden, zonder dat we het begrijpen
Ik zie
ik zie het aan de lijnen rond je ogen
de zachte trekken die je mond vormen
als je glimlacht, zonder reden
en zonder woorden
je draagt iets bij je, iets dat zwijgt
maar luid aanwezig is in elke beweging
in hoe je je handen vouwt
alsof ze een geheim vasthouden
ik wil het niet zeggen
alsof het uitspreken van mijn vermoeden
je last alleen maar zwaarder maakt
alsof mijn woorden je ruimte innemen
en iets van je afnemen
dat alleen jij mag dragen
dus ik blijf stil
vang de blikken op die je denkt te verbergen
luister naar de adem die even hapert
de onuitgesproken vragen die door de kamer dwalen
ik zie het allemaal
maar ik laat het rusten
op de rand van de stilte
waar we elkaar zonder woorden verstaan
Ik liep
ik liep al pratend langs de stroom van zon
waar het licht over het water gleed
langs bomen die de stilte vasthielden
en tinten zacht over het landschap verspreidden
mijn woorden vervaagden in de warme gloed
verdwenen in de zachte avondlucht
terwijl de zon zich langzaam terugtrok
een vlam die zich verloor aan de horizon
en langs de stroom
waar schaduwen versmelten
zag ik de dagen als golven voorbijgaan
de zon en ik
verbonden in beweging
ik droeg haar warmte
zij mijn gedachten
zo liep ik verder
gedragen door haar licht
wetend dat ze altijd verder zou reizen
Streel
streel even mijn gelaat
met handen die spreken zonder stem
zacht en onbevangen
alsof de tijd verdwijnt
wanneer je mij aanraakt
ergens tussen dag en nacht
waar dromen tastbaar worden
raak je mij, en alles vervaagt
er blijft alleen jouw warmte over
een adem van bestaan
langzaam glijden je vingers
langs mijn wangen, mijn slapen
een trage stroom die alle grenzen wist
een golvende stilte
alsof ik water word
ik sluit mijn ogen en voel
hoe de wereld kleiner wordt
het lawaai van de dag vervaagt
tot er niets rest dan ons
hier in dit stille ritueel
streel nog even, blijf dichtbij
laat dit moment zich vullen met jou
zoals lucht zich vult met geur na regen
als een zachte belofte
zonder haast, zonder eind
hier in jouw aanraking
vind ik een plek om te rusten
een plaats waar het leven even stopt
en alles eenvoudiger lijkt
zoals liefde bedoeld is
Warmte als water
laat warmte zijn als water dat zachtjes stroomt
door straten, over handen
door kamers gevuld met stilte
het beweegt zonder haast, zoekt geen doel
maar vindt zichzelf in elke hoek, in elk gebaar
het is de glimlach in een voorbijgaand gezicht
de hand die een schouder even raakt
het ogenblik dat blijft hangen in de lucht
waar woorden niet nodig zijn
maar alles gezegd wordt
warmte is de adem van een nieuwe ochtend
de zon die door mist sluimert en elk blad kust
het zijn momenten zonder vorm
zonder grens
die zich vouwen om alles wat leeft
zoals een deken
zoals een zachte golf
die zonder reden
zonder verplichting
alles omhult en laat weten:
je bent hier
je bent gezien
en dat is genoeg
Diep in de tijd
diep in de tijd
waar het leven sluimert
als water onder ijs
stil maar pulserend
vormen zich gestalten
van lang vervlogen jaren
gevangen in het web
van onzichtbare draden
hier liggen gedachten
als zaden in de grond
een ademtocht vastgehouden
een spoor dat langzaam oplost
waar ogen nooit reikten
en woorden verloren gingen
blijft een schaduw achter
zacht, ongrijpbaar
een teken
dat er ooit iets was
diep in de tijd
dat leeft zonder naam
Ga je mee
ga je mee, de lucht opent zich
de avond ademt en nodigt uit
we lopen door lege straten
onder een deken van licht en schaduw
ga je mee, geen bestemming nodig
alleen de stilte van het moment
de wereld rust, terwijl wij bewegen
op zoek naar niets en alles tegelijk
ga je mee, waar het onbekende wacht
waar gedachten vervagen en ruimte ontstaat
waar we slechts samen zijn
zonder woorden, zonder tijd
ga je mee, laat alles achter
het verleden, de toekomst, de zorgen
hier, alleen nu
met elke stap dichter bij vrijheid
Snel
snel gaat het niet
het leven kruipt als een schaduw
langs de muren van dagen
strekt zich uit, rekt zich op
en zakt dan weer stil neer
geen storm, geen denderend lawaai
alleen het zachte schuifelen
van uren die elkaar raken
als bladeren in de windloze lucht
dit is geen race, geen sprint
maar een stille reis door kamers
gevuld met verhalen, geuren
het gewicht van alles wat is
snel gaat het niet
en in die langzame dans
vindt de wereld zijn vorm
een langzaam ontvouwend geheim
dat alleen geduldige ogen zien
“Wie luistert, hoort meer dan woorden.”
Willy Troch – Poëzie